Hé, van wie is die rode kever hier op het pad? Een man stak zijn rode hoofd om de hoek van de kantine. Ik herkende hem als de chauffeur van de stekkenleverancier. “Ja, die is van mij” wipte ik meteen op, want aan zijn hoofd kon je zien dat er wat gebeurd was. Ik stopte mijn laatste restje brood in mijn mond en liep met de chauffeur mee naar buiten. Au, een vette deuk in de achterkant van mijn trots, mijn rode Kever. De chauffeur bleef maar kletsen. Dat hij al 17 jaar schadevrij rijdt, dat hij ook niet begreep waarom hij de bocht te krap had genomen enzovoort enzovoort. Wat nu? onderbrak ik zijn woordenstroom. Moeten we nu zo’n schadeformulier invullen of hoe regelen jullie dat met jullie bedrijf? Het zal toch wel niet de eerste keer zijn dat er een chauffeur een ongelukje heeft? De chauffeur klom in zijn cabine en belde met het kantoor. Ik kon hem horen praten. Zelfde verhaal als tegen mij ‘nog nooit gebeurd’ ‘zo stom’ ‘antieke auto’. Nou, antiek, dat kan je mijn Kever ook weer niet noemen. Maar het aantal bedrijven dat deze auto kan herstellen, werd wel steeds minder. Gelukkig was het dit keer maar blikschade. Dat was vorige keer wel anders.